Het onderzoeksdoel is voor de uitvoering van het onderzoek vertaald in de onderzoeksvraag: „Is een kinderdagverblijf brandveilig?‟ Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende subvragen geformuleerd:
- Hoe is de kennis van- en het bewustzijn voor brandveiligheid bij de kinderdagverblijfleiding?
- Hoe brandveilig zijn de locaties waarin het kinderdagverblijf gehuisvest is?
- Is de regelgeving duidelijk en toereikend?
- Is er vanuit de kinderdagverblijven behoefte aan voorlichting?
Inspectieonderwerpen
Bij de inspectie op locatie zijn de volgende onderwerpen aan bod gekomen:
- brand- en rookcompartimentering en subbrandcompartimentering;
- branddetectie (BMI) en –bestrijding;
- vluchten;
- gebruiksaspecten.
Bij het interview met de directeur of locatiemanager van het kinderdagverblijf is aandacht besteed aan:
- administratieve borging van naleving van afspraken m.b.t. brandveiligheid;
- kennis van brandveiligheid bij keuze inventaris, stoffering en versiering;
- bedrijfshulpverlening.
De inspectie bestond uit een feitelijk onderzoek ter plaatse, bij voorkeur in aanwezigheid van de locale toezichthouder en een interview met de directeur of (locatie)manager van het kinderdagverblijf.
In augustus en september 2010 heeft de VROM-Inspectie onderzoek gedaan naar de brandveiligheid van 29 kinderdagverblijven verspreid over het land. Er is een steekproef getrokken uit een bestand van ca. 4000 adressen van kinderdagverblijven. Uit het onderzoek blijkt dat het bewustzijn van brandveiligheid bij kinderdagverblijven nog tekort schiet. Onder andere schort het aan kennis van brandveiligheidsrisico’s van toegepaste materialen. Daarnaast baart de fysieke brandveiligheid enige zorgen. In een groot aantal gevallen voldoet bijvoorbeeld de (sub)brandcompartimentering niet aan de eisen voor branddoorslag en brandoverslag. Meer details en de aanbevelingen leest u in het rapport (zie onder).
Aankleding
Volgens de regelgeving mogen gebruikte stoffen of voorwerpen ter aankleding van of in een besloten ruimte géén brandgevaar opleveren. Bij 14 locaties is niet-geïmpregneerde versiering aangetroffen, variërend van slingers tot visnetten met pluche beesten. Daarnaast zijn bij drie locaties niet-geïmpregneerde (rol)gordijnen aangetroffen. In vier van deze 14 gevallen is er wel beleid geformuleerd voor toepassing van brandveilige stoffering en versiering.
Bedrijfshulpverlening (BHV)
Veertien van de onderzochte kinderdagverblijven oefent een ontruiming één keer per jaar. De overige 15 doen dit twee keer per jaar. Slechts twee kinderdag-verblijven oefenen het ontruimen af en toe samen met de brandweer.
Op één kinderdagverblijf na is geregeld wie er verantwoordelijk is voor het goede verloop van een ontruiming bij brand. Sommige kinderdagverblijven hebben dit geregeld tot op persoonsniveau (naam en taak bij ontruimingen en aanwezig-heidsschema‟s), andere blijven hier algemener in en leggen de taak neer bij de aanwezige BHV-er(s).
Rapport ‘Brandveiligheid Kinderdagverblijven’
Het rapport ‘Brandveiligheid Kinderdagverblijven’ is hier te downloaden
Voordeelcontract via Captise voor BHV
Voor de Bedrijfshulpverlening (BHV), zowel voor advisering als voor trainingen en cursussen, heeft Captise een voordeelcontract gesloten met BHV.NL. Van deze voordelen kan, na aanmelding bij Captise, gebruik worden gemaakt. Voor aanmelding en informatie volgt u deze link